| Vlugtikkertje:De tikker(s) moet zo
snel mogelijk iedereen tikken. |
wisseltikkertje: Degene die getikt
wordt is de nieuwe tikker. |
| Staarttikkertje:De
tikker heeft een lint in zijn broek en probeert iedereen te tikken. De andere leerlingen
proberen het lintje uit zijn broek te halen.Wordt je getikt dan |
Hagedistikkertje:Alle
leerlingen hebben een lintje in hun broek. De tikker(s) probeert de lintjes te pakken.
Hebben ze een lintje eerst terug brengen en opnieuw. |
| Staartenpak:Iedereen
heeft een lintje. De ll proberen bij elkaar de lintjes uit hun broek te trekken. Wie
blijft erover? |
Ongelukstikkertje:Een
leerling is tikker, degene die getikt wordt, wordt de nieuwe tikker maar moet 1 hand
houden op de plaats waar hij getikt is. |
| Omwegtikkertje: Et
staan een aantal matjes/banken in de zaal. De tikker mag er niet overheen springen, de
leerlingen wel. |
Insluittikkertje:(perfect
voor materiaal les) 2 leerlingen proberen iedereen in te sluiten en te tikken. De ll.
mogen niet op/over/onder/aan het materiaal zitten. |
| Tweelingtikkertje: Twee
tikkers houden handen vast. als iemand wordt getikt dan komt er een derde bij, bij een
vierde leerling splits de ketting zich in 2 tweelingen etc. |
Slingertikketje:1
tikker, als een leerling wordt getikt dan geeft hij de tikker een hand en tikt mee. zo
maak je een lang slinger. breekt de slinger en er wordt iemand getikt dan telt het niet. |
| Volg tikkertje: 1
tikker heeft de hand op de schouder van de andere tikker. |
Inktvistikkertje:twee
leerlingen hebben een stok beet en proberen te tikken. Wordt een ll getikt dan pakt hij de
stok beet en tikt mee. Laat de inktvis niet te groot worden!! |
| Tikkertje met verlos:De
leerlingen die getikt zijn moeten in een bepaalde houding gaan staan en kunnen verlost
worden: bijv. bok/spreidstand etc. |
Vaktikbal: twee
tikkers hebben ieder een bal en proberen al lopend de anderen af te tikken |
| Vaktikbal variatie: Tikkers
hebben samen 1 bal/tikkers mogen niet lopen. |
Drie is teveel:Leerlingen
staan met 2 tallen hand in hand verspreid door de zaal. 1 tikker en een andere leerling
die getikt moet worden. De getikte leerling kan een tweetal een hand geven, de andere
buitenste leerling van dat tweetal kan dan getikt worden |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|