wpe34.jpg (5108 bytes)wpe8.jpg (8236 bytes)      TIKSPELEN
   TIKSPELEN ALS INLEIDING

Methodish/Didactish

Niet meer dan 1 tikspel als inleiding
Kies speles die aansluiten op het niveau van de leerlingen.
Zorg voor een goede opbouw. Begin met eenvoudige spelen
Kies een spel dat aansluit op het kerngedeelte, bij een les verspringen hoort dus een tikspel met een 'springend' karakter.
Informeer altijd naar een bepaald resultaat, ll zijn hier gevoelig voor.
Zorg voor een goed overzicht.
Probeer iedere leerling bij het spel te betrekken.
Bespreek correcties met de gehel groep.
Laat ll niet langer dan 2 minuten tikken.(max)
Koop een koe:er worden tweetallen geformeerd. De een staat klaar met een vlakke hand voor zich, zodra de ander op de hand slaat mag er getikt worden. Ratten en Raven: Tweetallen staan tegenover elkaar bij de middellijn. De spelers van de ene groep zijn de ratten en van de andere groep zijn de raven. Als de leider de ratten noemt proberen zij de raven te tikken en andersom.Probeer een verhaal te verzinnen waarbij de woorden ratten en raven in vookomen. Wegsprinten kan ook uit hurkzit, lig etc.
Vlugtikkertje:De tikker(s) moet zo snel mogelijk iedereen tikken. wisseltikkertje: Degene die getikt wordt is de nieuwe tikker.
Staarttikkertje:De tikker heeft een lint in zijn broek en probeert iedereen te tikken. De andere leerlingen proberen het lintje uit zijn broek te halen.Wordt je getikt dan Hagedistikkertje:Alle leerlingen hebben een lintje in hun broek. De tikker(s) probeert de lintjes te pakken. Hebben ze een lintje eerst terug brengen en opnieuw.
Staartenpak:Iedereen heeft een lintje. De ll proberen bij elkaar de lintjes uit hun broek te trekken. Wie blijft erover? Ongelukstikkertje:Een leerling is tikker, degene die getikt wordt, wordt de nieuwe tikker maar moet 1 hand houden op de plaats waar hij getikt is.
Omwegtikkertje: Et staan een aantal matjes/banken in de zaal. De tikker mag er niet overheen springen, de leerlingen wel. Insluittikkertje:(perfect voor materiaal les) 2 leerlingen proberen iedereen in te sluiten en te tikken. De ll. mogen niet op/over/onder/aan het materiaal zitten.
Tweelingtikkertje: Twee tikkers houden handen vast. als iemand wordt getikt dan komt er een derde bij, bij een vierde leerling splits de ketting zich in 2 tweelingen etc. Slingertikketje:1 tikker, als een leerling wordt getikt dan geeft hij de tikker een hand en tikt mee. zo maak je een lang slinger. breekt de slinger en er wordt iemand getikt dan telt het niet.
Volg tikkertje: 1 tikker heeft de hand op de schouder van de andere tikker. Inktvistikkertje:twee leerlingen hebben een stok beet en proberen te tikken. Wordt een ll getikt dan pakt hij de stok beet en tikt mee. Laat de inktvis niet te groot worden!!
Tikkertje met verlos:De leerlingen die getikt zijn moeten in een bepaalde houding gaan staan en kunnen verlost worden: bijv. bok/spreidstand etc. Vaktikbal: twee tikkers hebben ieder een bal en proberen al lopend de anderen af te tikken
Vaktikbal variatie: Tikkers hebben samen 1 bal/tikkers mogen niet lopen. Drie is teveel:Leerlingen staan met 2 tallen hand in hand verspreid door de zaal. 1 tikker en een andere leerling die getikt moet worden. De getikte leerling kan een tweetal een hand geven, de andere buitenste leerling van dat tweetal kan dan getikt worden